Ga naar hoofdinhoud
foto van vroeger van de gasfabriek aan de westzijde te zaandam

Woensdag 13 april sloot de serie Het verhaal van Nederland af met een aflevering over de Tweede Wereldoorlog. Dit verhaal over Nederlanders tijdens de oorlog werd zo gebracht dat het mij ontroerde. Ook twijfel, lafheid en misdaden kwamen langs. Naast de terechte verhalen over slachtoffers vertellen we elkaar normaal gesproken vooral de verhalen over helden en daden van verzet. En terecht want die verhalen zijn onwijs inspirerend en belangrijk, maar ze geven mij soms een ongemakkelijk gevoel. De meeste Nederlanders waren helemaal geen held of verzetsstrijder. Behalve de vele Nederlanders die vooral overleefden en schipperend die rotjaren doorstonden, ondergingen zo’n 300.000 Nederlanders na de oorlog ‘bijzondere rechtspleging’. Dit waren Nederlanders, aldus het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) die ‘werden beschuldigd van samenwerking met de Duitse bezetter, verraad, NSB-lidmaatschap of het in dienst treden bij het Duitse leger.’ Dit archief is zo’n vier kilometer (!) lang en naar schatting stamt zo’n een derde van de Nederlandse bevolking af van iemand met een dossier in dit archief. 

Ik ben zo’n Nederlander en afgelopen november ben ik eindelijk naar het CABR toe gegaan om het archief van mijn grootvader in te zien. Ik wist alleen dat hij lid was geweest van de NSB en na de oorlog werd opgepakt. De dossiers zijn nog niet voor het grote publiek toegankelijk. Dat is pas over een paar jaar. Vandaar dat ik mij toch een beetje bijzonder voelde bij aankomst. Ik had mij weken ervoor moeten aanmelden en nu stonden de dossierdozen al klaar. Ik mocht plaatsnemen aan een grote tafel waar nog wat mensen zaten te lezen in archiefstukken. Ik keek om mij heen maar niemand keek naar mij. Het plechtige moment was ongezien maar toch bijzonder want ik wist zeker dat ik de eerste bekende van mijn grootvader was die dit verstopte verleden ging lezen. En het dossier deed wat het moest doen: het bracht mij in één keer terug naar die tijd. Ik begon van voren naar achteren alles te bekijken: een foto, folders, rechtbankverslagen, brieven van hem zelf, getuigenissen van anderen over hem, handgeschreven originelen en overgetypte versies. Ik ging hele stukken overschrijven want kopietjes of foto’s maken mag niet. En alles wat ik lees, is nieuwe informatie. 

Als kind kwam ik achter zijn NSB-verleden toen we een keer op Bevrijdingsdag langsgingen. Ook mijn ouders waren blijkbaar vergeten dat die dag voor hem op zijn zachtst gezegd een dingetje was. Wij hadden thuis een heel ritueel rond de vlag halfstok hangen op 4 mei, dan voor zonsondergang strijken en op 5 mei volledig hijsen. Maar hij had geen vlag. Onvoorstelbaar voor ons kinderen, dus wij vroegen door. Met een strak gezicht zei hij dat hij niet aan 5 mei deed. Mijn ouders hadden op de terugweg naar huis heel wat uit te leggen. Wij kinderen schrokken ons rot. De NSB, dat was het verschrikkelijkste wat er was! Het idee dat mijn opa daarbij hoorde, vervulde mij met schaamte. Heel vaak hadden we het er verder niet over. 

Op de ene foto in het dossier heeft hij het haar strak naar achteren gekamd en volgens een van de brieven die erbij zitten is hij gekleed in ‘hemd en koppel’. Wat ziet hij eruit. Hij schrijft dat hij deze kleding had geleend van zijn zwager die bij de SS zat. ‘Deze foto’s gebruikte ik om bij mijn sollicitatiebrieven te voegen om hierdoor meer kans te maken om aangenomen te worden.’ En ook de sollicitatiebrief zit erbij. Hij opent die met ‘Kameraad’ en sluit af met ‘Hou Zee’ en ik begrijp dat hij inderdaad wordt aangenomen op de gasfabriek in Zaandam. Uit weer een andere brief blijkt dat hij intussen eigenlijk geen lid meer wou zijn, omdat het wel duidelijk is dat de beweging ook iets van hem terug verwacht: colporteren, meedoen aan ‘activiteiten’ etc. Hij zegt op, maar blijft de Wolfsangel dragen omdat hij anders weer bang is dat zijn leidinggevende denkt dat hij geen lid meer is. Zo bezig met carrière maken middenin de oorlog, wat ik hier lees is niet bepaald het gebruikelijke oorlogsverhaal.

Rond diezelfde tijd ben ikzelf met mijn gezin bezig te verhuizen naar Zaandam. Natuurlijk wist ik wel dat mijn familie daar gewoond had en dat mijn vader er was opgegroeid. Maar we kwamen vooral terecht in Zaandam omdat we er een groter huis konden kopen, zeer welkom met al het thuiswerken. In de archiefstukken kom ik ook adressen tegen, het ene bekende adres in Zaandam na het andere. Ik ontdek dat mijn sportclub gelegen is naast het mooie huis waar mijn opa en zijn gezin gingen wonen na zijn ‘promotie’ en hun verhuizing naar Zaandam. En ik kom erachter dat ikzelf en mijn gezin nu schuin achter de plek wonen waar de gevangenis stond waar hij de eerste paar weken na zijn arrestatie gevangen zat. Ik kan niet meer langs die plekken lopen of fietsen zonder te denken aan het verleden. Het zijn voor mij anti-monumenten voor misstappen die nooit meer goed gemaakt kunnen worden. 

Waarom ik alles wil weten over deze anti-monumenten weet ik nog niet zeker. Wat levert dit laffe verhaal mij op? Ik voel mij onzeker om erover te vertellen want het is net alsof het ook mij een beetje ‘minder’ maakt. Waarom richt ik mij niet op andere familie? Mijn theatrale oma van moederskant met wie ik mij zoveel verwanter voel en die zoveel dichter in de buurt komt van wat voor mij een held is? Ik hoop met mijn gegraaf iets tegenover deze schaamte te kunnen zetten. Het intrigeert mij en ik maak mijzelf wijs dat de tijd rijp is. Maar ik wil bij mijzelf en mijn eigen familie beginnen. Daarom ga ik de komende tijd verder met mijn onderzoek naar mijn grootvader en de mensen om hem heen, en zal ik vertellen hoe het ze verder verging. Op onregelmatige basis zal ik verslag doen van deze ‘geheime’ of in elk geval een beetje onbekende geschiedenis.  

(Foto: Gasfabriek aan de Westzijde Zaandam. bron: https://beeldbank.zaanschemolen.nl/)

Delen
Back To Top